FB-16 Ergonomische vrachtwagen

Oplossing

Zorg dat de cabine van de vrachtwagen in orde is. Bij bestaande wagens gaat het vooral om het onderhoud. Zo kan de stoel door slijtage oncomfortabel of ongezond worden. 
Verder is herhaaldelijke voorlichting van chauffeurs van belang: over het correct instellen van de stoel en stuur, de juiste zithouding, het belang van achterwaarts uitstappen, en hoe te bepalen wanneer de stoel of andere onderdelen aan onderhoud toe zijn. Ook is een werkplekonderzoek van de cabine te overwegen.

Bij de aanschaf van nieuwe wagens zijn de volgende voorzieningen vereist als het gaat om de arbeidsomstandigheden van de chauffeur:

  • De chauffeursstoel geeft voldoende ondersteuning aan het lichaam van de chauffeurs. Gezien de grote variatie daarin is instelbaarheid op vele punten van belang: zithoogte, zitdiepte, horizontale stoelverplaatsing op rail, (tussen 20 en 33 cm), kanteling zitting en rugleuning (tussen 5 en 10 graden), en hoogte van de bolling in de rugleuning. Een suggestie is een chauffeursstoel met geheugen, die bij gebruik door meerdere chauffeurs de instellingen per chauffeur onthoudt.
  • Zorg voor goede trillingsdemping conform ISO 2631. De stoel moet goed afgeveerd zijn en zowel verticale als horizontake schokken dempen. De trillingsblootstelling blijft onder de grens van 0,5 m/s2. Gestreefd wordt naar een blootstelling onder de 0,25 m/s2 ook door een zo laag mogelijk trillingsniveau van de cabinevloer.
  • De wagen heeft een automatische versnellingsbak (door het voortdurend schakelen kunnen op den duur chronische schouderklachten ontstaan).
  • Vering: de vooras van de trekker heeft een beperkte druk en passende vering, de achteras van de trekker is voorzien van luchtvering.
  • De compressor (PTO) kan alleen aangezet worden als de handrem aangetrokken is en de versnellingsbak neutraal staat. En aan de achterzijde van de bulkwagen is een schakelaar aangebracht om de compressor (PTO) in en uit te schakelen.
  • De uitlaat van de wagen is naar boven gericht (zodat de emissie 2,5 meter hoog plaats vindt).
  • De cabine wordt bereikt met een veilige en gemakelijke opstap;
  • Achter de cabine is een traanplaat aangebracht, zodat de chauffeur zonder glijgevaar naar de ladder kan komen.
  • Overweeg de volgende voorzieningen die kunnen bijdragen aan de veiligheid:
    • een motor uit de hoogste euroklasse;
    • EBS (electronic brake system);
    • uitklapbare valbeveiliging; 
    • een aircosysteem; 
    • zonnewering;
    • een EHBO-kist en een brandblusser;
    • een goed geïsoleerde blower;
    • elektrisch verstelbare en verwarmde buitenspiegels;
    • in sterkte regelbare binnenverlichting;
    • een volledig pakket aan persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals beschermende kleding, gehoorbescherming, handschoenen, stofkapjes, e.d.;
    • voor het laden en lossen: een hydraulische laadklep met tweehandbediening, of een kooiaap; 
    • Zie voor uitgebreidere informatie: de van toepassing zijnde onderdelen van de checklist van het sectorinstituut Transport en Logistiek.

​Voor de volledigheid volgen hier ook enkele aandachtspunten die de verkeersveiligheid van de chauffeur betreffen, en de veiligheid van derden. Overweeg ook de volgende voorzieningen die kunnen bijdragen aan de veiligheid: 

  • een achterruit in de cabine, als het gaat om een dagcabine. Bij een slaapcabine is er een camera aan de achterzijde van de cabine geplaatst;
  • een stevige claxon;
  • opvallende achteruitrijdlampen die aangezet kunnen worden vóórdat de wagen achteruit rijdt;
  • een achteruitrijdsignaal (dat uitzetbaar is; het signaal wordt namelijk door meerdere klanten niet op prijs gesteld) en dat bij het starten van de auto automatisch weer aangaat;
  • een camerasysteem dat zicht geeft op de achterzijde van de wagen en op de dode hoek naast de wagen.

Klik hier voor informatie van het Sectorinstituut voor Transport en Logistiek over de inrichting van cabines en de eisen die aan chauffeursstoelen kunnen worden gesteld.

Scroll naar boven