BR-06 Voorkomen van brand, explosie en elektrocutie

Oplossing

Tijdens werken in besloten ruimten kan er gevaar zijn voor elektrocutie bij gebruik van elektrisch gereedschap in zogeheten nauw geleidende ruimten, zie onder.

Er kan ook brand- en explosiegevaar zijn, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van vluchtige brandbare dampen (zoals hexaan) of door stof in de ruimte (zoals meel of graanstof). Een teveel aan zuurstof in de lucht (meer dan 21 volumeprocent), bijvoorbeeld door lekkage van slangen van snijbranders, verhoogt het risico sterk. Zorg dat in besloten ruimtes niet of zo min mogelijk wordt gelast of gesneden. Dit kan veiliger worden gedaan in de werkplaats. Uiteraard is het hier verder zaak om alle ontstekingsbronnen te weren.

Brand- en explosiegevaar
Voordat een besloten ruimte mag worden betreden, waar een risico zou kunnen bestaan van explosie of brand, moet zijn vastgesteld dat:

  • het zuurstofgehalte van de lucht niet hoger dan 21 volumeprocent is;
  • de concentratie van explosieve gassen en dampen lager is dan 10 volumeprocent van de onderste explosiegrens (= Lower Explosion Level, ofwel LEL);
    • NB Een LEL-meter kan alleen door een deskundige gebruiker worden ingezet en afgelezen.
    • NB Zie in oplossing BR 5 de beschrijving van de benodigde deskundigheid voor het uitvoeren en beoordelen van zuurstof- en gasmetingen.
  • Zorg dat de LEL bekend is van elke mogelijk aanwezige brandbare stof, gas of damp die met lucht een explosief mengsel kan vormen. Worden waarden gemeten die tot gevaarlijke situaties kunnen leiden, dan moeten eerst maatregelen genomen worden (bijv. extra ventilatie), voordat de ruimte betreden mag worden. Metingen moeten na de maatregelen telkens herhaald worden totdat de waarden tot acceptabel niveau zijn gedaald.
   Voorkom verder ontstekingsbronnen in onder meer deze apparatuur:
  • Gebruik in gezoneerde gebieden in besloten ruimten alleen explosieveilig gereedschap en explosieveilige lampen van de juiste categorie, passend bij die zone.
  • Verplaatsbare elektrische leidingen moeten worden beschermd tegen beschadiging door deze op te hangen.
  • Bij brand- of explosiegevaar moeten de motoren en de schakel- en beveiligingsapparatuur voldoen aan de normen van de NEN-EN-IEC 60079-serie. Is er geen zone-indeling, maar toch brand- of explosiegevaar, dan moet deze apparatuur op tenminste 10 meter afstand, rekening houdend met de windrichting, worden geplaatst. Als een ventilator gas aanzuigt uit de besloten ruimte, moet deze ventilator, ongeacht de afstand, voldoen aan bovengenoemde normen.
  • Bij gebruik van niet-elektrische apparatuur moet oplading door statische elektriciteit worden voorkomen door deze geleidend te verbinden aan bestaande aardingspunten zo mogelijk buiten de besloten ruimte (eventuele roest en verf eerst verwijderen).
  • Zie voor meer mogelijke ontstekingsbronnen: NPR 7910-1 en 2.

Kleding en schoeisel:

  • Zorg voor beschermende antistatische kleding en antistatisch schoeisel.

Brandgevaarlijke werkzaamheden:
Zorg dat in besloten ruimtes niet of zo weinig mogelijk brandgevaarlijke werkzaamheden worden uitgevoerd, zoals lassen of snijden. Dit kan veiliger worden gedaan in de werkplaats.
Als toch brandgevaarlijke werkzaamheden in een besloten ruimte moeten worden uitgevoerd, dan zijn aanvullend de volgende maatregelen vereist:

  • brandbare materialen en explosiegevaarlijke stoffen (waar bv meel- of graanstof uit vrij kan komen) verwijderen uit ruimten waar brandgevaarlijke werkzaamheden plaatsvinden;
  • alle ventilatieopeningen openzetten (zo nodig met een ventilator verse lucht uit de buitenlucht toevoeren, in zeer kleine ruimten altijd);
  • als er geen zekerheid is dat de besloten ruimte blijvend explosieveilig is, tijdens de werkzaamheden voortdurend de concentratie van explosieve gassen en dampen meten;
  • gasflessen buiten de ruimte houden;
  • slangen en branders op lekkage controleren voor hiermee een ruimte in te gaan;
  • leidingen waaraan gewerkt worden eerst drukloos en spanningsloos maken;
  • brandblusmateriaal gereed houden;
  • kwetsbare delen afdekken met onbrandbaar materiaal.

Zie verder in deze Arbocatalogus de module Explosieveiligheid.

Elektrocutiegevaar in nauw geleidende ruimten
Een nauw geleidende ruimte is een ruimte die grotendeels wordt beperkt door metalen of andere elektriciteit-geleidende wanden en vloeren.

  • Het gebruik van elektriciteit moet in een nauw geleidende ruimte zoveel mogelijk worden beperkt. Gebruik zoveel mogelijk lucht aangedreven gereedschap of elektrisch handgereedschap en handlampen met ingebouwde voedingsbronnen, zoals accu’s. Als gebruik van elektriciteit niet kan worden vermeden, dan is het gebruik van maximaal 50 volt bij wisselspanning of maximaal 120 volt bij gelijkspanning toegestaan door middel van het gebruik van een veiligheidstransformator. Deze veiligheidstransformator moet dan buiten de ruimte worden geplaatst (voor eventuele uitzonderingen op bovenstaande regels: zie NEN 3140) en er mag maar één apparaat op worden aangesloten.
  • •Voor elektrisch lassen mag de ‘open spanning’ niet meer zijn dan de extra lage spanning: maak gebruik van een lastransformator met een spanningsverlagend relais, dat de open spanning van 65-85 volt terugbrengt naar een veilige spanning van ten hoogste 50 volt wisselspanning of 120 volt gelijkstroom. Uiteraard kan in een gezoneerd gebied niet worden gelast.

Maatregel

Technische maatregel

Scroll naar boven