Wat is het?
Een zwangere medewerkster, haar ongeboren kind en de zuigeling behoeven aanvullende bescherming op het gebied van arbeidsomstandigheden. Beschermende maatregelen zijn nodig om vroeggeboorte, (aangeboren) afwijkingen en terugslag van borstvoeding te voorkomen. Ook de belastbaarheid van de zwangere vrouw vermindert en verdient aandacht.
Regelgeving in Arbobesluit en Arbocatalogus Graan
Overleg na zwangerschapsmelding
Binnen 2 weken na de zwangerschapsmelding heeft de zwangere medewerkster een gesprek met P&O/HR of leidinggevende die haar informatie verstrekt over:
- de arbeidsrisico’s voor haarzelf en haar ongeboren kind;
- de maatregelen om deze gevaren te voorkomen of te beperken;
- welk recht zwangere werkneemsters hebben over de aanpassing van de werktijden en werkzaamheden of werkomgeving;
- het bestaan en gebruik van de afsluitbare rustruimte in het bedrijf voor werkneemsters die zwanger zijn, die borstvoeding geven of die bevallen zijn.
De bedrijfsarts kan desgewenst advies geven over de eventuele benodigde aanpassing in haar werkzaamheden en werkomgeving. De zwangere medewerkster maakt met haar leidinggevende en/of P&O/HR praktische afspraken over haar werkzaamheden tijdens haar zwangerschap. Indien van toepassing worden later ook afspraken gemaakt over de periode dat ze borstvoeding geeft.
Als er aanpassingen in de werkzaamheden of de werkomstandigheden van de zwangere werkneemster nodig zijn, wordt het zogenaamde RAAK-principe gevolgd:
R
Risico’s wegnemen binnen de eigen functie en de eigen werkplek. Als dat redelijkerwijs niet kan, volgt de volgende stap:
A
Aanpassing van het werk en/of aanpassing van de werk- en rusttijden. Als dat redelijkerwijs niet kan, volgt de volgende stap:
A
Ander werk. Als dat redelijkerwijs niet kan, volgt de volgende stap:
K
Keerpunt in de benadering, namelijk het vrijstellen van het verrichten van arbeid. (Als de medewerkster (deels) arbeidsongeschikt is wegens zwangerschap of bevalling, kan de werkgever voor haar een ziektewetuitkering aanvragen bij het UWV. Klik hier voor meer informatie.
Gevaarlijke stoffen
Een medewerkster die zwanger wil worden, zwanger is of borstvoeding geeft wordt niet blootgesteld aan:
- lood en loodverbindingen
- stoffen die via de moeder het ongeboren kind of de zuigeling kunnen bereiken, waaronder alle kankerverwekkende, mutagene, en voor de voortplanting giftige stoffen, de zogeheten CMR-stoffen. Kijk daarvoor op het etiket van de stof naar het bijgevoegde symbool en in het Veiligheidsinformatieblad of één van de volgende H-zinnen voorkomt:
- H 340: Kan genetische schade veroorzaken
- H 341: Verdacht van het veroorzaken van genetische schade
- H 350: Kan kanker veroorzaken
- H 351: Verdacht van het veroorzaken van kanker
- H 360: Kan de vruchtbaarheid of het ongeboren kind schaden
- H 361: Wordt ervan verdacht de vruchtbaarheid of het ongeboren kind te schaden
- H 362: Kan schadelijk zijn via borstvoeding

Dit symbool staat op het etiket van ingekochte stoffen die leiden tot ernstige gezondheidsschade, waaronder ook de CMR-stoffen.
N.B.: ook tijdens het productieproces kunnen stoffen vrijkomen die kankerverwekkend zijn, of mutageen of reprotoxisch en waar zwangere vrouwen niet aan blootgesteld mogen worden. Denk aan dieselmotoremissies.
Bovendien worden op grond van de Arbocatalogus Graan zwangere medewerkers en zij die borstvoeding geven uitgesloten van werkzaamheden met een mogelijk gevaar op blootstelling aan gegaste ladingen of gevaarlijke gassen in zeecontainers.
Biologische agentia/Dierziekten
Bij een bezoek aan de stal kan een zwangere medewerkster in aanraking komen met dierziekten. Zie hier voor de afspraken die daarover zijn gemaakt in de Arbocatalogus Graan.
Fysieke belasting
Voorschriften rond fysieke belasting zijn gekoppeld aan de periodes van zwangerschap:
Periode van zwangerschap
Voorschriften
Gedurende de hele zwangerschap
- De noodzaak om te bukken, hurken of knielen zo veel mogelijk voorkomen.
- De noodzaak om met de hand gewichten te tillen zoveel mogelijk te beperken.
- Het in een handeling te tillen gewicht mag niet hoger zijn dan tien kilogram, bv bij het tillen van zakken.
- Staan dient zo veel mogelijk beperkt te worden, vooral in het derde trimester van de zwangerschap.
Vanaf de twintigste week van de zwangerschap
- Gewichten van meer dan vijf kilogram mogen niet meer dan tien keer per dag met de hand worden getild.
Vanaf de dertigste week van de zwangerschap
- Gewichten van meer dan vijf kilogram mogen niet meer dan vijf keer per dag met de hand worden getild.
- Zwangere medewerksters mogen niet worden verplicht dagelijks meer dan één maal per uur te hurken, knielen, bukken of staande voetpedalen te bedienen.
Trillingen en geluid
Een zwangere medewerkster wordt niet blootgesteld aan:
- equivalente geluidsniveaus boven de 80 dB(A) en piekgeluiden boven de 112 Pa, ofwel 135 dB(C). In de praktijk betekent dit dat zwangere vrouwen niet in de productie mogen werken, behalve in de operatorruimte.
- lichaamstrillingen of schokken met een versnelling van meer dan 0,25 m/s2;
Besloten ruimten
Op grond van de Arbocatalogus Graan is werken in besloten ruimten in de sector uitgesloten voor:
- zwangere medewerksters,
- medewerksters die borstvoeding geven
- pas bevallen medewerksters (richtlijn bij de laatste categorie is: tot een jaar na de bevalling).
Los- en controlewerkzaamheden
In de Arbocatalogus is bepaald dat zwangere medewerksters geen loswerkzaamheden verrichten en geen controlewerkzaamheden uitvoeren bij het lossen van zeeschepen.
Werktijden en nachtarbeid
- Er geldt een werkverbod rond de bevalling, namelijk:
- 28 dagen voor de bevalling;
- 42 dagen na de bevalling.
- Op grond van de Arbeidstijdenwet heeft een zwangere medewerkster recht op extra pauzes en het recht om te werken in een bestendig en regelmatig werk- en rusttijdenpatroon.
- Voor zwangeren en medewerksters tot 6 maanden na de bevalling geldt dat er moet worden afgezien van nachtwerk, tenzij dit redelijkerwijs niet mogelijk is, of om over te werken.
- Gedurende de eerste 9 levensmaanden van het kind mag het werk onderbroken worden in verband met borstvoeding of afkolve
(Zie hier voor meer uitgewerkte regelgeving en informatie op Arboportaal)
Warmte
Tijdens de zwangerschap kan warmte een lage bloeddruk veroorzaken. Dit kan leiden tot klachten als duizeligheid, flauwvallen, vermoeidheid en hartkloppingen. In het overleg van de zwangere medewerkster met haar leidinggevende wordt bezien welke maatregelen in het werk nodig zijn om dit risico te beperken. Daarbij kan het advies van de bedrijfsarts ingewonnen worden.
Rust- en kolfruimte
De werkgever stelt een of meer geschikte ruimten beschikbaar waar zwangere medewerksters die dit nodig hebben, zich kunnen afzonderen en rusten en waar moeders kunnen kolven of eventueel borstvoeding geven. Voorwaarden waaraan deze ruimte(n) moet(en) voldoen:
- De ruimte moet van binnenuit afgesloten kunnen worden.
- De ruimte moet voldoende privacy bieden.
- De ruimte moet voldoende rustig en afgezonderd zijn.
- In de rustruimte moet een bed of rustbank staan.
- Voldoende verse lucht en voorzieningen voor klimaatbeheersing zijn aanwezig.
- Er is in een kolfruimte een koelkast voor de moedermelk aanwezig.
- Het dient een schone, hygiënische ruimte te zijn zonder aanwezigheid van gevaarlijke stoffen en verontreinigingen.