MV-22 Veilig werken met hamermolens

Hamermolens zijn voorzien van de volgende veiligheidsvoorzieningen:

  • De aandrijving moet spanningsloos worden gemaakt door bij werkzaamheden de hoofdschakelaar in de elektriciteitskast uit de zetten.
  • De rotor dient deugdelijk vastgezet te worden bij het wisselen van hamers.
  • De zeefwisseling mag niet ongecontroleerd (op afstand) gestart kunnen worden.
  • De hamermolens dienen (tenzij redelijkerwijs niet mogelijk) in een aparte ruimte te zijn geplaatst. Deze ruimte dient bij draaiende hamermolen(s) niet betreden te kunnen worden, bijvoorbeeld door middel van een elektrische deurbeveiliging die zorgt dat de hamermolen afslaat op het moment dat de deur geopend wordt. Als de hamermolens niet in een aparte ruimte kunnen worden geplaatst, zijn in ieder geval noodstoppen op goed zichtbare plaatsen aangebracht, zijn er duidelijke waarschuwingsborden geplaatst en is de hamermolen aan de zijde van de looproute zo mogelijk voorzien van extra dikke staalplaten.
  • De onderbunker van de hamermolen dient voorzien te zijn van een voldoende groot naar buiten gericht explosieluik met uitschakelmechanisme. Voor meer informatie ga naar de Oplossingen Explosieveiligheid.

 

Technische maatregel.

Geen gegevens gevonden
illustratie