Klimaat

In de sectoren graanhandel en diervoeder wordt door een groot deel van de medewerkers in wisselende klimaatomstandigheden gewerkt. Regelmatig wordt daarbij ook binnen- en buitenwerk afgewisseld.


Animatiefilmpje Arbeidsrisico Klimaat

Onder klimaat wordt  hier de temperatuur in de werkomgeving van de mens bedoeld. Deze wordt bepaald door de volgende factoren:

  • Luchttemperatuur  en temperatuurswisselingen
  • Stralingswarmte en zonlicht
  • Luchtvochtigheid
  • Luchtsnelheid (tocht)

Hoe het klimaat wordt ervaren is verder afhankelijk van de kleding die men draagt en de lichamelijke activiteit die men verricht en van het vermogen van een individu om zich aan de omstandigheden aan te passen. Gezamenlijk bepalen deze factoren de opname en de afgifte van warmte door het lichaam. De afgegeven en de opgenomen warmte dienen gelijk te zijn om optimaal te kunnen functioneren. Bij (langdurig) werken in warme en koude situaties kan die balans verstoord raken en bestaat er een kans op gezondheidsproblemen. Bovendien kan de productiviteit afnemen, en neemt door verminderde concentratie de kans op ongevallen toe. 

Hitte:
Bij het werken bij een hoge temperatuur zorgt het lichaam voor een betere doorbloeding van de huid. Hierdoor gaat men zweten om de warmte uit het lichaam af te voeren. Door een betere doorbloeding en het open staan van de huid moet het hart harder werken. Door zweten wordt warmte onttrokken aan de huid. Door verdampen van het zweet wordt warmte aan het lichaam onttrokken en koelt het lichaam af. Bij hitte kan men de warmte minder makkelijk kwijt aan de buitenlucht, zeker niet bij geringe luchtsnelheid en/of hoge luchtvochtigheid. Gevolg is dat de lichaamstemperatuur stijgt. Daardoor kunnen ernstige gezondheidseffecten optreden, zeker bij langdurig en/of zwaar werk in hitte zonder dat er voldoende maatregelen zijn genomen. Na enkele dagen werken in warmte kunnen werknemers een zekere gewenning op bouwen. Ze zijn dan minder gevoelig voor eventuele gezondheidseffecten bij hitte. Per persoon zal dit overigens verschillen. Oververhitting blijft een gevaar. Oververhitting kent drie fases: hittekramp, hittestuwing en hitteberoerte. Hittekramp merk je aan pijn in spieren, een rood gezicht en een verhoogd hartritme. Hittestuwing gaat gepaard met een droge huid, die als het slachtoffer zijn activiteiten staakt vaak overgaat in een bleke huid. Andere symptomen zijn hevig zweten, hoofdpijn en misselijkheid. De meest ernstige vorm van hitteletsel is een hitteberoerte. Dit ontstaat als de inwendige temperatuur van het lichaam boven de 41°C komt. Kenmerken zijn onder andere een rode en droge huid, geen normaal gedrag, hoofdpijn, hallucinaties (waanbeelden), verwardheid, angst, kans op een toeval (insult) en tot het verlies van het bewustzijn.  

Stralingswarmte en zonlicht:
Machines kunnen warm worden en stralingswarmte overbrengen. Voor medewerkers (van de technische dienst) die langdurig in ruimten met (veel) machines werken is dit zeker een punt van aandacht. Ook de zon is bij buitenwerk een krachtige stralingsbron. Langdurige blootstelling aan zonlicht kan schadelijk zijn, zeker als de zonkracht sterk is. De uv-straling van de zon kan de huidcellen beschadigen. Kort na blootstelling is dit zichtbaar doordat de huid verbrandt en rood wordt. Op langere termijn kan het leiden tot snelle huidveroudering en zelfs tot huidkanker. Jaarlijks wordt bij circa 35.000 mensen in Nederland huidkanker geconstateerd. Het is daarmee de meest voorkomende kanker in Nederland, waaraan jaarlijks zo’n 600 mensen overlijden. Werknemers die vaak buiten werken hebben vier tot vijf keer meer kans om huidkanker te krijgen dan mensen die binnen werken. Zonlicht kan ook schadelijk zijn voor de ogen omdat zowel ultraviolet als infraroodstraling schade kan veroorzaken in de vorm van staar. 

Kou:
Bij langdurig werken in kou kunnen er gezondheidsproblemen optreden. Bijvoorbeeld doordat blootstelling aan kou kan leiden tot een verminderde weerstand. Het menselijk lichaam probeert eerst de warmte beter vast te houden door bloedvaten in de huid dicht te knijpen. Zo wordt de bloedtoevoer naar handen (vingers) of voeten (tenen) tot een minimum teruggebracht. Als dat niet voldoende is wordt de warmteproductie opgevoerd door te gaan rillen. Na langdurige afkoeling, vooral in een vochtige omgeving (water, regen) kan onderkoeling optreden. Hierover wordt gesproken als de temperatuur in de lichaamskern (hersenen, hart, lever) onder de 35°C daalt. Bij langdurige werkzaamheden in vorst kan ook bevriezing van lichaamsdelen optreden.

Luchtvochtigheid:
De ervaren warmte wordt niet alleen de omgevingstemperatuur bepaald maar ook door de relatieve luchtvochtigheid. Hoe hoger de relatieve luchtvochtigheid, hoe minder makkelijk ons zweet verdampt, waardoor de koelende werking van het verdampen tekortschiet. Een relatieve luchtvochtigheid van 50 á 60 % is aangenaam. Boven de 70% voelt het als benauwd. Onder de 30% is de lucht doorgaans onaangenaam droog.

Luchtsnelheid (tocht/ wind):
Met name in de koude maanden kan tocht, maar vooral wind onaangenaam zijn en in sommige gevallen een gezondheidsrisico opleveren. In de warme periodes is een bepaalde mate van tocht, rond de 0,25 meter per seconde, juist aan te bevelen om (lichaams-)warmte af te voeren.

Temperatuurswisselingen:
Ook regelmatige temperatuurswisselingen kunnen tot gezondheidsklachten leiden. Zeker als na werkzaamheden in warme omgeving het zweet niet goed is afgevoerd en men daarna in de kou en/of tocht komt.

Aandacht voor specifieke groepen:
Niet iedereen is even gevoelig voor warmte of kou. Ouderen bijvoorbeeld, en mensen die net ziek zijn geweest of gezondheidsproblemen hebben (zoals hart-, long- of huidaandoeningen), kunnen extra gevoelig zijn voor warmte of koude. Er moet dus rekening gehouden worden met individuele verschillen. 

Klimaat dient een thema te zijn dat in de risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E) van het bedrijf wordt beoordeeld. Het is de bedoeling dat in de RI&E in kaart wordt gebracht bij welke werkzaamheden de medewerkers te maken hebben met welke ongunstige en/of gezondheidsbedreigende klimaatomstandigheden. Een hulpmiddel bij werken in warme omstandigheden is de hittecalculator. Hiermee kan op een vrij eenvoudige manier berekend worden of er sprake is van een ongunstige situatie waarbij maatregelen moeten worden genomen. 

Bij werken in de kou is neerslag en vochtigheid belangrijk. Hoe vochtiger / natter, hoe belastender de omstandigheden. Daarnaast is de windsnelheid van belang. In combinatie met de werkelijke temperatuur leidt dit tot de ‘gevoelstemperatuur’. Hoe lager de gevoelstemperatuur, hoe serieuzer extra maatregelen moeten worden overwogen of het uitstellen van werkzaamheden naar een geschikter moment. Een hulpmiddel om de gevoelstemperatuur te berekenen is de windchill van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI)

Op grond van het klimaatonderdeel uit de RI&E dienen waar nodig maatregelen te worden genomen. De benodigde maatregelen worden opgenomen in het Plan van aanpak bij de RI&E. Bij het oplossen of verminderen van klimaatproblemen dient de arbeidshygiënische strategie gevolgd te worden. Dat betekent dat zoveel mogelijk de onderstaande volgorde aangehouden dient te worden om knelpunten rond klimaat aan te pakken. 

  1. De bron van het probleem weg nemen.
    • Aanpak bij de bron is niet altijd mogelijk bij klimaatproblemen. De bron is namelijk vaak het buitenweer. Wel zijn er bronmaatregelen mogelijk tegen warmteafgifte door machines.  En met name bij nieuwbouw en verbouwing kan verder zoveel mogelijk rekening met de klimaatproblematiek gehouden worden. 
  2. Technische maatregelen
    • Technische maatregelen verminderen de klimaatproblematiek. Denk bijvoorbeeld aan compartimentering, isolatie, vermindering van tocht, afscherming van de beladingsruimte, ventileren van de ruimte tijdens de koelere perioden van de dag (’s nachts), en dergelijke.
  3. Organisatorische oplossingen.
    • Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de mogelijkheid taken te rouleren, bijvoorbeeld bij zwaar werk in de zomer. En om een pauze in een aangename temperatuur na werkzaamheden in kou of hitte. Ook is het soms mogelijk werkzaamheden te plannen op tijden van de dag dat de hitte of kou het minst belastend is.
  4. Persoonlijke beschermingsmiddelen.
    • In het geval van klimaat kan gepaste kleding (bijvoorbeeld warme kleding in de wintermaanden) worden gezien als persoonlijke beschermingsmiddel.
    • Bij zonnestraling bedekken van blote huid (lange mouwen, petjes) en gebruik van zonnebrandcrème.
    • Gebruik van koelvesten bij warmte.

Verder heeft de werkgever de taak om voorlichting te geven over risico’s in het werk. Medewerkers die in ongunstige of ongezonde klimaatomstandigheden werken, dienen doeltreffend te worden voorgelicht over de precieze risico’s, bv van kou, hitte of zonnestralen, én over hoe daar op een gezonde manier mee om te gaan. Tenslotte kan  in het Periodiek Arbeidsgezondheidskundig Onderzoek (ook Preventief Medisch Onderzoek genoemd) voor deze medewerkers het onderwerp klimaat een onderdeel van het onderzoek zijn. De gecertificeerde arbodeskundige die de  RI&E uitvoert of toetst dient over dat onderzoek een advies uit te brengen. 

Meer informatie

Het Arbobesluit (artikel 6.1) bepaalt dat de temperatuur op de werkplek niet nadelig mag zijn voor de gezondheid van de werknemer. Er worden geen specifieke temperaturen genoemd, alleen is bepaald dat de werkgever gezondheidsklachten en -schade dient te voorkomen. Indien nodig worden persoonlijke beschermingsmiddelen verstrekt, of de arbeid wordt beperkt of met voldoende pauzes onderbroken in een ruimte met een goede temperatuur.

In Arbobesluit (artikel 6.2) is vastgelegd dat op de werkplek voldoende niet verontreinigde lucht aanwezig dient te zijn. Ook zijn daar eisen aan luchtverversingsinstallaties opgenomen. Tenslotte bevat het Bouwbesluit voorschriften rond het binnenklimaat van gebouwen, met name bij nieuwbouw. Omdat specifieke regelgeving ontbreekt kunnen er hier verder alleen enkele richtlijnen worden gegeven. 
 

Activiteit

Ruimtetype

Temperatuur
(ºC)

 
   

Winter   

Zomer   

Voornamelijk staand

Productie

16 - 22

21 – 25

Voornamelijk zittend    

Kantoor, operatorruimte   

20 – 24

23 – 26


Streefwaarden van de ruimtetemperatuur in zomer en winter (gebaseerd op NEN-EN-ISO 7730)
Binnen deze temperatuursgrenzen wordt door een groot deel van de werknemers het klimaat als comfortabel ervaren, afhankelijk van andere aspecten, zoals luchtvochtigheid. Waar mogelijk kan persoonlijke beïnvloeding van de temperatuur, bijvoorbeeld door het kunnen verhogen of verlagen van de temperatuur met behulp van een thermostaat in kantoor- of operatorsruimte, de tevredenheid van de medewerkers over het klimaat verder verhogen.

Tocht
Als richtlijn wordt in de zomer een gemiddelde luchtsnelheid beneden de 0,25 meter per seconde aangehouden, en in de winter beneden de 0,15 meter per seconde.

Luchtvochtigheid
Als richtlijn wordt gesteld dat de luchtvochtigheid dient te liggen tussen de 30% en 70%. Overigens is met name de combinatie tussen meerdere factoren van belang; ondermeer luchtvochtigheid en temperatuur. 

Beschermende kleding 
Kleding tegen kou of warmte dient te voldoen aan de algemene  eisen van NEN-EN 340:2004 ‘Beschermende kleding’. En in de bijlagen van NEN-EN-ISO 7730 is de vereiste isolatiewaarde van beschermende  kleding te bepalen, op grond van het activiteitenniveau van een werknemer en de klimaatomstandigheden.