Gevaarlijke stoffen

Gevaarlijke stoffen zijn stoffen, of mengsels van stoffen, die door hun eigenschappen gevaar voor de veiligheid, gezondheid of hinder kunnen opleveren. In de praktijk zijn dit stoffen die ingedeeld zijn in één van de gevaarcategorieën uit de stoffenwetgeving (REACH/Wet Milieubeheer). Gezondheidseffecten die gevaarlijke stoffen kunnen veroorzaken zijn o.a. vergiftiging, aantasting van de huid, zenuwstelsel of de luchtwegen, allergie of resistentie voor bepaalde medicijnen. In het ergste geval veroorzaken ze onvruchtbaarheid of kanker.

In de diervoeder en graanverwerking kun je denken aan voedingsadditieven, medicijnen, schoonmaakmiddelen, gewasbeschermingsmiddelen en aan de schadelijke effecten van het product. Je kunt een gevaarlijke stof ondermeer herkennen aan de etikettering.

De onderwerpen Explosieveiligheid, Stof en Gevaarlijke gassen in zeecontainers worden elders in de arbocatalogus uitgewerkt.

Wanneer gewerkt wordt met gevaarlijke stoffen moet de werkgever een beoordeling maken van de aard, mate en duur van de blootstelling waaraan de werknemers tijdens het werk mee te maken krijgen. In principe moet voor alle stoffen een meting of gedegen beoordeling gemaakt worden. Om te komen tot een dergelijke risicobeoordeling kan het onderstaande stappenplan gevolgd worden.

Stap 1 
Verzamel informatie over de eigenschappen van de betreffende stoffen. Hierbij kan gedacht worden aan de informatie over de giftigheid, etc. Informatie kan verkregen worden door gebruik te maken van onder andere de veiligheidsinformatiebladen (VIB) en de etiketten met symbolen.

Stap 2
Maak een risico-inventarisatie van alle gevaarlijke stoffen die tijdens het werk gebruikt worden, ook wel de “RI&E-stoffen” genaamd. In deze RI&E-stoffen wordt vastgelegd:

  • aan welke stoffen werknemers blootgesteld (kunnen) worden;
  • wat de gevaren van deze stoffen zijn;
  • in welke situaties blootstelling plaatsvindt;

  • de wijze waarop blootstelling plaatsvindt

  • een beoordeling de mate van blootstelling. Daarbij wordt in ieder geval de concentratie bepaald waaraan de medewerker wordt blootgesteld, bv. door metingen door een deskundige of door onderbouwde schattingen, zoals op www.stoffenmanager.nl.

Stap 3
Werkgevers dienen te bepalen of er veilig met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt. Dit kan door de blootstelling te vergelijken met de zogeheten grenswaarde van een stof.  Informatie over grenswaarden is te vinden in Bijlage XIII van de Arbeidsomstandighedenregeling of op de website van de SER.

Voor 170 stoffen (zoals bijvoorbeeld formaldehyde) is een wettelijke grenswaarde vastgelegd. Voor de stoffen waarvoor geen grenswaarde vastgesteld is, moet de werkgever of de brancheorganisatie zelf een veilige grenswaarde of anders op een gedegen manier een ‘veilige werkwijze’ vaststellen. Dat geldt alleen voor gevaarlijke stoffen waar werknemers aan blootgesteld kunnen worden.

Stap 4
Maak op basis van de verkregen informatie over de schadelijkheid van de gevaarlijke stoffen en de mate waarmee met de stoffen gewerkt wordt een overzicht welke stoffen het grootste risico voor de medewerkers kunnen vormen. Neem de benodigde maatregelen op in een plan van aanpak. Kies daarbij voor een aanpak zo dicht mogelijk bij de bron (zie onderstaande checklist). Alleen als een stap redelijkerwijs niet kan worden gezet, komt een volgende stap in aanmerking.

Checklist:
1. Vervanging van de stof door een minder schadelijk alternatief
2. Gebruikmaking van de stof in een gesloten systeem
3. Afzuiging
4. Organisatorische maatregelen om werknemers korter aan de stof bloot te stellen
5. Persoonlijke beschermingsmiddelen

In alle gevallen zal ook voorlichting en onderricht verzorgd worden. De werkgever biedt verder de werknemers die worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen periodiek een medisch onderzoek aan.

Meer informatie:
Leidraad van de Sociaal Economische Raad om private grenswaarden vast te stellen.
http://www.veiligwerkenmetchemischestoffen.nl

COSHH essentials methodiek voor de beoordeling van blootstelling aan gevaarlijke stoffen.
http://www.coshh-essentials.org.uk/

TRGS methodiek voor de beoordeling van blootstelling aan gevaarlijke stoffen.
http://www.baua.de/prax/ags/trgs.htm

Voor sommige stoffen gelden grenswaarden waarboven bedrijven (beheers)maatregelen moeten treffen om de blootstelling van werknemers te verminderen. Tot 1 januari 2007 waren die waarden vastgelegd in zogeheten MAC-waarden – Maximaal Aanvaarde Concentraties.
Sinds 2007 wordt onderscheid gemaakt tussen wettelijke, publieke grenswaarden en, door werkgevers en werknemersvertegenwoordigers vast te stellen, private grenswaarden. Beide typen grenswaarden moeten voldoen aan de gezondheidskundige waarden.

De SER heeft een databank met publieke grenswaarden. Er staat ook aangegeven als een stof niet onder het publieke maar wel onder het private domein valt. Als er voor een stof geen publieke of private grenswaarde bestaat moet het bedrijf zelf een grenswaarde opstellen. Het is hierbij aan te bevelen zich door een deskundige te laten adviseren.
Als alternatief voor het bepalen en vaststellen van een grenswaarde mag ook gekozen worden voor op een voorgeschreven manier vastleggen en toepassen van een ‘veilige werkwijze’. Daarin staat beschreven hoe en onder welke condities werkzaamheden moeten worden uitgevoerd, zodat de gezondheidsrisico’s zijn geminimaliseerd.

De wettelijke voorschriften voor het werken met gevaarlijke stoffen zijn met name vastgelegd in hoofdstuk 4 van zowel het Arbobesluit als de Arboregeling. Deze bepalingen zijn aanvullend op de algemene beleidsverplichtingen in de Arbowet. De belangrijkste verplichtingen in dit kader zijn de algemene zorgplicht (art. 3) en de verplichting tot het uitvoeren van een Risico-Inventarisatie en -Evaluatie. In Artikel 4.1b van het Arbeidsomstandighedenbesluit is een zorgplicht beschreven om werknemers doeltreffend te beschermen tegen de veiligheids- en gezondheidsrisico’s als gevolg van de blootstelling aan gevaarlijke stoffen.

Voor een aantal stoffen geldt een vervangingsplicht, zoals voor kankerverwekkende stoffen en stoffen die invloed hebben op de vruchtbaarheid (art 4.17 Arbobesluit), tenzij de werkgever kan aantonen dat vervanging technisch niet haalbaar is. Dan dient een maximale inspanning te worden geleverd om blootstelling van werknemers aan deze stoffen uit te sluiten of te minimaliseren. Meer informatie hierover is te vinden op de website van het Arboportaal.

Verder zijn er uiteenlopende voorschriften rondom: