Explosieveiligheid

Er is sprake van een explosie als een mengsel van lucht en een brandbare stof (in de vorm van gassen, dampen, nevels of stof) onder atmosferische omstandigheden wordt ontstoken en na ontsteking uitbreidt totdat alle brandbare stof verbrand is. In de graanbe- en verwerkende industrie bestaat vooral het risico van stofexplosie bij gebruik van granen, zaden en veevoeder. Een stofexplosie kan ontstaan als brandbaar fijn stof gemengd wordt met lucht (of een ander zuurstofhoudend gas) en dit mengsel vervolgens wordt ontstoken. Er zijn verschillende ontstekingsbronnen mogelijk: zoals hete oppervlakten, vlammen, elektrische vonken e.d.

Er bestaat geen meetinstrument voor het meten van de concentratie van een stofwolk. In de praktijk wordt als globale indicatie de regel aangehouden dat een ontplofbare wolk kan worden herkend aan: 'een zicht minder dan 1 meter'. Stofexplosiegevaar is ook aanwezig wanneer er voldoende stofafzetting van brandbare stof plaatsvindt. In de meeste gevallen is een stoflaagdikte van 0,1 mm van neergedaalde fijne stofdeeltjes al voldoende om een ontplofbaar stof-luchtmengsel te creëren. Een globale richtlijn is daarom dat stofexplosiegevaar aanwezig is als men zijn voetstappen op de vloer kan zien.

Uitgangspunt aanpak explosieveiligheid:

Werkgevers in de Handel in Graan, zaden en peulvruchten passen de `ATEX-Handleiding Handel in granen, zaden en peulvruchten' toe, of een andere methode met een vergelijkbare kwaliteit

Werkgevers in de diervoeder passen de 'ATEX-Handleiding' van Nevedi toe, of een andere methode met een vergelijkbare kwaliteit Beide handleidingen zijn gebaseerd op de geldende Nederlandse Praktijkrichtlijnen ( NPR 7910-1 voor gasexplosiegevaar, of NPR 7910-2 voor stofexplosiegevaar.) Als een bedrijf te maken heeft met vloeistoffen, gassen of vaste stoffen die brandbaar zijn, moet men de volgende stappen doorlopen:

Stap 1. Het uitvoeren van de volgende inventarisatie:

  • Met welke brandbare stoffen werkt men in het bedrijf? (lijst opstellen, inclusief gegevens en gevaren, let vooral op organisch stof, bv graanstof).  Waar in het bedrijf is er kans op explosiegevaar? (locaties duidelijk in kaart brengen).
  • Welke werknemers worden mogelijk aan dit risico blootgesteld? (lijst met persoonsgegevens opstellen).
  • Bepaal of in het bedrijf gevarenzones moeten worden ingedeeld.

Stap 2. Het realiseren van indeling in gevarenzone(s). Als er sprake is van een explosieve atmosfeer moet het bedrijf worden ingedeeld in een of meer gevarenzones. Zie voor meer informatie de oplossing EX-07 Zonering.

Stap 3. Het nemen van maatregelen in de gevarenzones. Er moeten adequate maatregelen genomen worden tegen (de mogelijke gevolgen van) een explosie in een gevarenzone. Dit kan onder meer door:

  • Voorkoming van stofvorming (bijvoorbeeld door goede aftuiging op de cellen en machines en door goed schoonhouden van de productieruimten)
  • Het voorkomen van een ontsteking (bijvoorbeeld door vonken en wrijvingswarmte tegen te gaan, en door het voorkomen van statische elektriciteit)
  • Het gebruiken van explosieveilige apparaten en materieel (volgens ATEX 95)
  • Het duidelijk markeren van ruimten met een explosieve atmosfeer
  • Het beperken van het effect van een eventuele explosie, bijvoorbeeld door drukontlasting (zoals met explosieluik) of door explosieonderdrukking (zoals met vlammenvangers). Voor een verdere uitwerking van deze maatregelen gaat u naar de oplossingen in deze arbocatalogus.

Stap 4. Het voorlichten van de werknemers. Er moeten procedures worden gemaakt m.b.t. veilig werken in een explosieve atmosfeer. De werknemers moeten duidelijk worden geïnstrueerd over:

  • de mogelijke risico's 
  • de maatregelen die zijn, of moeten worden genomen om een explosie te voorkomen, ook in afwijkende situaties zoals b,v. bij storingen,
  • de specifieke werkwijze die daarbij van toepassing is.

Stap 5. Het opstellen van een explosieveiligheidsdocument. De bovenstaande stappen moeten beschreven zijn in een explosieveiligheidsdocument. Dit document moet een onderdeel zijn van de wettelijk verplichte risico-inventarisatie en - evaluatie. Bij de realisatie van dit document mag gebruik worden gemaakt van, of verwezen worden naar relevante bestaande documenten, zoals een officiële beoordeling uit een milieuvergunning of veiligheidsrapport.

De werkgever is op grond van de Arbowet verplicht een beleid te voeren dat erop gericht is de werknemers te beschermen tegen explosiegevaar. Het Arbeldsornstandigheclenbesluit (artiked a4) bevat de bepalingen van de Europese richtlijn 1999/92/EG (ook wel bekend als ATEX 137). Hierin staan de verplichtingen rondom explosiegevaar. De daaraan verbonden risico's voor de werknemer moeten schriftelijk worden vastgelegd in een zogenaamd explosievelligheidsdocument, dat minimaal bestaat uit:

  • een nadere risicoanalyse;
  • een gevarenzone-indeling;
  • passende technische als organisatorische maatregelen;
  • voorlichting aan werknemers.

Het opstellen, wijzigen of intrekken van een regeling op het gebied van explosievelligheid kan alleen plaats vinden na instemming van de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging.